Art= ontwerp- en reclameburo, Weert
   
 

Schriftelijke vragen van de leden Aptroot en Weekers (beiden VVD) aan de Ministers van Economische Zaken en Financiën.

1. Bent u op de hoogte van het feit dat de Europese Commissie tot de bevinding is gekomen dat drie bierbrouwers uit Nederland betrokken waren bij een kartel met prijsafspraken?

2. Bent u bovendien op de hoogte van het feit dat de Europese Commissie deze week heeft besloten deze drie bedrijven geldboetes? met een totale waarde van 273 miljoen euro op te leggen, vanwege het strijdig zijn van dergelijke prijsafspraken met het verbod uit het EU Verdrag (Artikel 81) op concurrentiebeperkende praktijken van ondernemingen? Klopt deze berichtgeving?

3. Is de Minister van mening dat de Europese mededingingsregels (in het bijzonder Artikel 81) hier inderdaad van toepassing zijn? Zo ja, kan de Minister toelichten op welke wijze deze concurrentiebeperkende praktijken effect hebben gehad op de handel tussen Nederland en andere lidstaten en zodoende effect hebben gehad op de concurrentie in de Europese biermarkt?

4. Had, in het geval van het ontbreken van (substantiële) grensoverschrijdende effecten, de Nederlandse Mededingingsautoriteit deze zaak niet moeten behandelen en de geldboetes? moeten opleggen en zo ja, waarom heeft de Nederlandse Mededingingsautorieit dat niet gedaan?

5. Welke maatregelen treft de Minister als in geval van ontbreken van een grensoverschrijdend effect blijkt dat de Europese Commissie ten onrechte is opgetreden? Dient deze zaak dan niet alsnog door de NMA worden overgenomen ?

6. Is de Minister het met ons eens dat wanneer de Commissie stelt dat de benadeelde van dit kartel met name de Nederlandse regering en dus de Nederlandse consument is, de boete direct en voor het grootste deel ten gunste van die Nederlandse belastingbetaler zou moeten komen? Wat is volgens de Minister de bestemming van de extra financiële middelen die de Europese Commissie als gevolg van deze boete-inkomsten heeft?

7. Klopt de informatie uit genoemd bericht dat de aangever die zelf deel was van het kartel geen enkele boete hoeft te betalen, terwijl er in Nederland bij aangeven en meewerken sprake is van verlaging van de boete maar géén kwijtschelding?

8. Bent u het met ons eens dat het opzetten van een kartel, er fors aan verdienen en dan door aangeven geheel gevrijwaard worden, waarbij de concurrenten waarmee werd samengespannen wel fors worden beboet, als een perverse prikkel fungeert?