Art= ontwerp- en reclameburo, Weert
   
 

Vragen van de leden Van Egerschot en Weekers (beiden VVD) aan de ministers van Financiën en van Justitie over onderzoek naar fraudezaken.
(Ingezonden 6 april 2006)

1
Hebt u kennis genomen van de alarmerende berichten dat uit interne cijfers van het Openbaar Ministerie is gebleken dat van de 1000 mogelijke fraudezaken er slechts 80 nader onderzocht worden en dat daarvan uiteindelijk slechts 5 zaken voor de rechter zijn gekomen?1 Kloppen deze cijfers ten aanzien van 2002? Wat zijn de meest recente cijfers?

2
Bestaat de in het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC)-rapport van januari 2003 gestelde situatie, dat de bestrijding van financieel-economische criminaliteit op weinig aandacht kan rekenen binnen politie en OM, nog steeds? Zo ja, welke actie bent u voornemens te ondernemen teneinde deze situatie te keren?

3
Binnen welke termijn reageert het OM op aangiften van fraude? Wat was de gemiddelde termijn in 2003, 2004 en 2005?
4
Kunt u aangeven hoeveel zaken per jaar door verjaring niet meer bij de rechter terecht komen en hoeveel van die verjaringsgevallen verband houden met de capaciteit van het OM?

5
Is er sprake van een capaciteitstekort bij het OM voor wat betreft financiële fraudezaken? Zo ja, hoe groot is dit tekort en in hoeverre worden er stappen ondernomen om het capaciteitsprobleem aan te pakken?

1 Het Financieele Dagblad, 23 maart 2006 en de nieuwsuitzending van RTL(7) d.d. 23 maart 2006 over het staken van beleggingsfraude zaken.

Antwoord 

Antwoord van minister Donner (Justitie), mede namens de minister van Financiën.
(Ontvangen 15 mei 2006), zie ook Aanhangsel Handelingen nr. 1399, vergaderjaar 2005–2006

1
Voor zowel de «alarmerende berichten» als de «interne cijfers» geldt dat ik deze niet ken en niet herken. Het Openbaar Ministerie heeft alleen al in 2005 ruim 8000 zaken afgedaan die als fraudezaken worden geclassificeerd. In 55% van deze zaken is een dagvaarding uitgegaan en in 30% is een transactie aangeboden; 13% werd onvoorwaardelijk geseponeerd en 2% van deze zaken is voorwaardelijk geseponeerd.

2
De bestrijding van (verticale) financieel-economische criminaliteit is sinds 2003 één van hoofdtaken van het Functioneel Parket. De afspraken die gelden voor de uitvoering van deze taak zijn vastgelegd in de handhavingsarrangementen met
onder meer het Ministerie van Financiën (met betrekking tot de Belastingdienst en FIOD-ECD) en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (met betrekking tot de SIOD). Bij het Functioneel Parket zijn 16 officieren van justitie belast met de uitvoering van de fraudetaak van het Functioneel Parket. Dit lijkt, zij het ternauwernood, voldoende. Zoals ook blijkt uit de beantwoording van de op 3 maart 2006 door het Kamerlid De Wit gestelde vragen over «onvoldoende capaciteit voor fraudebestrijding» (nr. 2050609050), wordt nog bezien welke onderdelen van de bestrijding van financieel-economische criminaliteit versterking behoeven en op welke wijze dat in capaciteit kan worden vertaald.

3 en 4
Nee. Deze informatie wordt als zodanig niet vastgelegd in het bedrijfsprocessensysteem.

5
Zie de beantwoording onder 2.