| |
Vragen van de leden De Krom en Weekers (beiden VVD) aan de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties over de acties in het Schinveldse bos.
(Ingezonden 12 januari 2006)
1
Kent u het artikel «Hele dagen in de bomen»1, waarin wordt beschreven dat de kap van het Schinveldse bos, in verband met de veiligheid van AWACS, werd gehinderd door actiegroepen?
2
Onderschrijft u de stelling in het artikel dat de kosten van ontruiming van het Schinveldse bos onnodig hoog zijn geworden door de acties van verschillende actiegroepen, waaronder Groen Front? Kunt u dat motiveren?
3
Kunt u aangeven wat de kosten zijn voor het ontruimen van het Schinveldse bos?
4
Kunt u aangeven of de kosten van ontruiming worden verhaald op de actievoerders? Zo ja, welke kosten komen daarvoor in aanmerking? Zo neen, waarom niet?
5
Kunt u aangeven wat de wettelijke sancties zijn op het negeren van de plaatselijke verordening die het betreden van het gebied verbiedt? Kunt u aangeven hoeveel overtredingen van de plaatselijke verordening zijn geconstateerd en of er op basis daarvan daarvan processen verbaal zijn opgemaakt? Zo neen, waarom niet?
6
Kunt u aangeven of dit plaatselijke verbod ook effectief is gehandhaafd door de betreffende autoriteiten?
1 Trouw, 10 januari 2006.
Antwoord
Antwoord van minister Remkes (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), mede namens de minister van Justitie. (Ontvangen 7 maart 2006), zie ook Aanhangsel Handelingen nr. 870, vergaderjaar 2005–2006
1
Ja.
2
Iedereen heeft het recht om te demonstreren. Bij vrijwel elke demonstratie of andere uiting van protest maakt de overheid kosten om deze in goede banen te leiden. Deze kosten zijn onontkoombaar en zijn logischerwijs verbonden aan de
uitoefening van dit grondrecht. Indien er sprake is van ordeverstoringen of overtreding van de regels, zal intensiever politie-optreden noodzakelijk zijn. Dit brengt hogere kosten met zich mee. In dit geval zijn deze kosten, gezien de
omstandigheden en de hardnekkigheid van de actievoerders, hoog uitgevallen.
3
De inzet van politie en KMar heeft ongeveer twee miljoen euro gekost. Hierbij zijn nog niet meegeteld de kosten voor de gemeente en de aannemer. Deze zijn nog niet bekend.
4
Handhaving van de openbare orde is één van de kerntaken van de politie. De kosten die de politie hierbij maakt worden in beginsel niet doorberekend aan de veroorzakers ervan, tenzij daar een expliciete wettelijke grondslag voor is1. Een
dergelijke wettelijke titel ontbreekt op dit moment, waardoor de kosten die de politie heeft gemaakt niet op de
demonstranten kunnen worden verhaald. Een wetsvoorstel op grond waarvan het mogelijk is bepaalde politiekosten door te berekenen aan organisatoren van bepaalde grootschalige publieksevenementen met een recreatief karakter, is momenteel in voorbereiding. Bij het opstellen van dit wetsvoorstel is als uitgangspunt genomen dat slechts die kosten verhaalbaar worden gemaakt die het gevolg zijn van regelmatig voorkomende oorzaken van politie-inzet. Ik zou mij overigens kunnen voorstellen dat kostenverhaal mogelijk wordt gemaakt ten aanzien van personen die een onevenredig groot en niet te billijken beslag op de politie veroorzaken. Bijvoorbeeld doordat personen willens en wetens normen aan hun laars lappen en daardoor een (grootschalig) politieoptreden «uitlokken», zoals daar enige tijd geleden ook sprake
van was bij de ontruiming van woonwagenkamp «Vinkenslag» in Limburg, of als gevolg van het plegen van verzet tegen een handhavingsactie. Het is vooralsnog niet mijn oogmerk om incidenteel voorkomende oorzaken van politieoptreden, zoals onderhavige ordeverstoringen, vatbaar te maken voor kostenverhaal. Ik wil eerst de werking van het genoemde wetsvoorstel beoordelen, dat zal worden toegepast ten aanzien van de handhaving van de openbare orde bij voetbalwedstrijden.
5
Het gebiedsverbod was opgenomen in een voor deze aangelegenheid vastgestelde gemeentelijke noodverordening (ex artikel 176 van de Gemeentewet). Overtreding van bepalingen uit een noodverordening is in artikel 443 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gesteld met een maximum van drie maanden hechtenis. Op basis van het gebiedsverbod zijn 102 personen aangehouden bij de ontruiming van de Schinveldse bossen. Van deze 102 personen hebben er 94 een
proces-verbaal gekregen. Acht actievoerders zijn dus in vrijheid gesteld zonder proces-verbaal. Een van deze acht is direct naar een ziekenhuis vervoerd vanwege onderkoelingsverschijnselen. De reden dat voor de anderen geen proces-verbaal is opgemaakt is dat personen zich niet konden identificeren. Indien zij weigerden hun identiteit kenbaar te maken zijn vingerafdrukken afgenomen en zijn ze gefotografeerd.
6
Ik ben van mening dat het gebiedsverbod effectief is gehandhaafd. De actievoerders waren al enige maanden in het bos
aanwezig en hadden zich onder meer in boomhutten verschanst. Op vrijdag 7 januari 2006, is de door de CdK geaccordeerde noodverordening van kracht geworden. Deze behelsde dat vanaf het tijdstip van ingang, het aan niemand was toegestaan het in die verordening aangegeven terrein te betreden. Na het van kracht worden van het gebiedsverbod is voor een opbouw van politiemaatregelen gekozen waarbij de situatie in eerste instantie is bevroren. Gelet op de gevoelens bij de burgers was de strategie om bij aanvang van de bomenkap het bos daadwerkelijk te
ontruimen. Dat is op maandag 9 januari 2006 vanaf 02.00 uur geëffectueerd. De ontruiming is gegeven de omstandigheden vlot en zonder nodeloos geweld verlopen. 1 In het zogenoemde «brandweerkostenarrest» (HR 11 december 1992, AB 1993, 301) heeft de Hoge Raad bepaald dat wanneer in de publiekrechtelijke regeling geen regeling over (publiekrechtelijke) doorberekening is opgenomen, beslissend is of kostenverhaal via het privaatrecht die regeling op onaanvaardbare wijze doorkruist. «Van belang hierbij is dat, wanneer verhaal van de kosten langs publiekrechtelijke weg is uitgesloten, zulks een belangrijke aanwijzing is dat verhaal van kosten langs privaatrechtelijke weg ook is uitgesloten.» In de praktijk betekent dit dat de kosten voor de uitvoering van publiekrechtelijke taken die
in de wet zijn vastgelegd niet kunnen worden doorberekend zonder wettelijke basis hiervoor.
|