Nederlanders wisselen relatief weinig van baan. Oudere werknemers komen bij ons maar moeilijk aan het werk. En tegelijkertijd twijfelen veel werkgevers over het aannemen van nieuwe medewerkers, omdat de ontslagregels het moeilijk maken iemand weer te ontslaan. Al deze verschijnselen hangen samen met het starre ontslagrecht dat al jaren in Nederland geldt. Het Amerikaanse en Deense model van ‘easy to hire, easy to fire’ biedt hiervoor een uitkomst.
De gedachte is eenvoudig. Als je als werkgever iemand gemakkelijker kunt ontslaan, zul je ook sneller nieuwe mensen aannemen. Dat leidt weer tot een verbetering van de werkgelegenheid en tot kansen voor mensen die op dit moment nog langs de zijlijn staan of een tijdelijk contract hebben. Zulke tijdelijke contracten worden nu vaak niet verlengd na de maximale duur. De werkgever is dan namelijk bang nooit meer van zijn werkkracht af te komen. Zo pakt een regel die sociaal lijkt (zoals ontslagbescherming) in praktijk averechts uit.
Nu is het nog nodig toestemming van de overheid te vragen over de beëindiging van een privaat contract. Zelf als daar tussen werkgever en werknemer al overeenkomst bestaat. Een volstrekt onnodige regel. Als werkgever en werknemer door wettelijke ontslagvergoedingen een standaard procedure kunnen doorlopen, scheelt dat de inzet van flink wat ambtenaren. Ook wordt daarmee onnodige ergernis en bovendien veel onnodige advocaatkosten die momenteel via de kantonrechter-route worden gemaakt. Door bovendien het ‘last in, first out’ principe voor werknemers af te schaffen, wordt het ook nog eens aantrekkelijker voor bedrijven om oudere medewerkers aan te nemen.